Simon en de verloren parels
Simon is aan het snorkelen in de zee.
Met zijn duikbril op is hij op zoek naar mooie vissen en schelpen.
Simon zou graag een keertje heel diep in de zee willen zwemmen.
Maar hij mag van papa en mama nog niet zo ver de zee in.
En hij kan ook nog niet zo lang onder water.
Simon zwemt om een grote rots heen en speurt naar de bodem.
Dan ineens kijkt Simon op uit het water.
Hé wat ziet hij daar bij die rots iets verder in de zee.
Daar zit een meisje.
Snel zwemt Simon naar de rots toe.
Misschien kan het meisje niet zwemmen en moet hij haar helpen.
Dichter en dichter komt Simon bij de rots.
Wat ziet dat meisje er vreemd uit denkt Simon.
Het lijkt wel alsof ze met een rok is gaan zwemmen.
Of, nee wacht eens, dat is helemaal geen rok.
Dat lijkt wel, dat is........................ een zeemeermin!
Snel zwemt Simon door naar de rots.
Nu is hij wel heel nieuwsgierig geworden.
De zeemeermin kijkt helemaal niet naar Simon.
Ze zit gebogen op de rots met haar handen voor haar ogen.
Het lijkt wel of ze huilt.
Hallo, roept Simon, kan ik je helpen?
Geschrokken kijkt de zeemeermin op.
Ze wil meteen in het water duiken.
Maar Simon is al bij de rots.
Nee, wacht, ga niet weg, misschien kan ik je helpen, roept Simon.
De zeemeermin blijft zitten en kijkt Simon aan.
Er rollen tranen over haar wangen.
Denk je echt dat je me kunt helpen, vraagt de zeemeermin.
Misschien wel, zegt Simon, maar vertel eerst eens waarom je zo huilt.
En dan begint de zeemeermin te vertellen.
Ik wilde heel graag een keertje bij het blauwe koraal gaan zwemmen.
Want mijn oom Fonso had me verteld dat daar een schat verborgen ligt.
Met prachtige sieraden en zilveren borden en kommen.
En hij vertelde dat hij nog nooit zoiets moois had gezien.
Je snapt wel dat ik die schat graag wilde zien.
Samen met mijn zusje Nemini ging ik op weg naar het blauwe koraal.
Maar toen mijn moeder dat hoorde werd ze heel erg boos.
Weet je wel hoe gevaarlijk het is bij het blauwe koraal, zei ze.
Er zwemmen haaien en walvissen en er wordt gedoken door mensen.
Ik wil niet dat jullie daar naartoe gaan.
Toen wilde mijn zusje Nemini niet meer gaan.
Maar ik was zo nieuwsgierig.
Snel ben ik de zee ingedoken, zodat niemand me zag weggaan.
En al vlug kwam ik bij het blauwe koraal.
Zoiets moois had ik nog nooit gezien.
Ik was nog maar net aan het zoeken naar de schat toen ik ineens een haai zag komen.
Zo vlug als ik kon ben ik een koraalgrot ingedoken.
De haai kon er niet komen en begon boos voor de grot heen en weer te zwemmen.
Maar ineens zwom de haai weg.
Het leek wel alsof hij ergens van geschrokken was.
En toen zag ik het.....................
Een vreemd bal-vormig bootje zonk naar de bodem.
Er ging een deurtje open en ............................... er kwamen mensen uit.
Vreemde mensen, met flessen op de rug en rare flapdingen aan de voeten.
Zulke rare mensen had ik nog nooit gezien.
Geschrokken kroop ik nog dieper in de grot.
Pas toen de mensen weer weggingen ben ik uit de grot gezwommen.
Maar toen bleef mijn ketting achter een stukje koraal haken
Eerst had ik het niet in de gaten en zwom ik heel snel door.
Toen ik bijna thuis was zag ik ineens mijn kapotte ketting.
O wat schrok ik, want bijna alle parels waren er onderweg afgegleden.
Toen durfde ik niet meer naar huis.
Weet je dat iedere verloren parel ongeluk brengt voor een zeemeermin.
Daarom ben ik gelijk gaan zoeken.
Maar ik heb pas vier parels teruggevonden.
En nu wilde ik even uitrusten.
Simon heeft al die tijd stil zitten luisteren.
Wat zou ik je graag willen helpen, zegt hij.
Maar ik kan niet zo lang en diep onder water zwemmen.
Ach zegt de zeemeermin, het geeft niet.
Maar wacht eens, zegt ze ineens blij.
Ik heb een onder water spreuk geleerd van mijn vader.
Als je ooit een keer te lang op een rots in de zon heb gelegen dan drogen je kieuwen.
En dan kun je niet meer onder water zwemmen.
Maar met de onder water spreuk maak je de kieuwen weer open.
Zou dat bij jou ook werken?
Laten we het proberen zegt Simon opgewonden.
Hij wil maar wat graag de zeemeermin helpen.
En hij wil graag die prachtige onderwater wereld zien.
De zeemeermin begint ineens heel ingewikkeld te praten.
Simon voelt zijn keel dik worden.
Au, wil hij roepen.
Maar dan ineens heeft hij heel veel zin om onder water te duiken.
Wauw, Simon voelt zich als een vis.
Het werkt, het werkt, wil Simon roepen.
Zijn woorden gaan als belletjes door het water.
Kom laten we gaan zoeken, bubbelt de zeemeermin terug.
En dat doen ze een hele tijd.
Maar na een paar uur hebben ze nog lang niet alle parels gevonden.
Een beetje verdrietig zwemmen ze weer naar boven om uit te rusten.
Maar dan heeft Simon een idee.
Ik ga een paar speurvrienden halen.
Dan kunnen we met veel meer gaan zoeken.
Dat vindt de zeemeermin een goed idee.
Ik wacht hier op je, zegt ze.
Samen moeten we die parels toch kunnen vinden?
|