Logo Biebels Kinderwinkel
Naar onze winkel

 

 

 

 

Bosdierenfeest
Feestideeën

Met dank aan Reint Jakob Schut voor de toestemming
om zijn prachtige foto's te gebruiken.

Thema-lijn
Spel 1 - De opdracht van Vlinder
Spel 2 - De opdracht van Eekhoorn
Spel 3 - De opdracht van Ree
Spel 4 - De opdracht van Lieveheersbeestje
Spel 5 - De opdracht van Wild Zwijn
Spel 6 - De opdracht van de Hazen
Spel 7 - De opdracht van Vleermuis
Ideeën voor een speurtocht
Cadeauspel
Andere spelideeën
Bosdieren verhaal
Bosdieren knutselpagina

Eekhoorn in boom

 

Thema-lijn

De bosdieren hebben Eland nu al dagen niet meer gezien.
Waar zou Eland toch zijn?
Ze besluiten om Eland te gaan zoeken.

Hier vindt u het verhaal.

Het bosdierenfeest is zowel geschikt om thuis te vieren als d.m.v.
een speurtocht in het bos.

Tijdens de opdrachten kunnen de kinderen egeltjes verdienen.
Op de achterkant van een egeltje staat een woord.
Als aan het eind alle egeltjes verdiend zijn moet de goede zin gezocht worden.
De zin vertelt waar Eland is.

"Eland zit met zijn poot vast in het wildrooster."

Wanneer het feest in het bos gevierd wordt is het leuk om loepjes en insektenpotjes
mee te nemen.

Spel 1
De opdracht van Vlinder

De bosvrienden willen aan Vlinder vragen of zij weet
waar Eland is. Maar Vlinder heeft zin in een spelletje.
“Probeer eerst maar om me te pakken,” zegt ze.

De kinderen moeten proberen om zoveel mogelijk vlinders te vangen.
Hiervoor worden plastic vlinders gebruikt.
Eerst worden er tweetallen gemaakt.
De kinderen van het eerste tweetal gaan tegenover elkaar staan.
Eén kind krijgt een vangnet.
(zelf gemaakt van een netje aan een stok, of gekocht)
Het andere kind krijgt zes vlinders. De vlinders worden stuk voor stuk overgegooid.
Het kind met het netje probeert de vlinders te vangen.
De vlinders die op de grond vallen worden snel weer opgeraapt en opnieuw gegooid.
Hoeveel keer heeft het tweetal nodig om alle vlinders te vangen.
(Of: lukt het om alle vlinders binnen een minuut te vangen.)

Daarna is het tweede tweetal aan de beurt.
Als alle tweetallen één keer aan de beurt zijn geweest, mag het eerste tweetal weer maar nu is de vanger de gooier en andersom.

Nadat iedereen aan de beurt is geweest is er één egeltje met een woord van de oplossing verdiend.

Kleine vuurvlinder

Spel 2
De opdracht van Eekhoorn

Eekhoorn is druk bezig. Hij heeft net een heleboel noten verzameld. Maar het
is lastig om ze balancerend over de takken en springend van boom naar boom, veilig in zijn holletje te krijgen.

De kinderen worden in twee groepen verdeeld.
Er wordt een hindernisparcours klaargezet.
Aan het begin van het parcours wordt een mandje met walnoten klaargezet.
Aan het eind van het parcours wordt een leeg mandje neergezet.
De eerste van de groep pakt een noot uit het mandje en brengt de noot via het parcours naar het mandje aan de overkant. Daarna rent hij/zij zo snel mogelijk
terug en tikt de volgende aan.
Welk team kan in vijf minuten zoveel mogelijk noten naar de overkant brengen?

Spel 3
De opdracht van Ree

Een klein reekalfje staat in het hoge gras.
Hij ziet niet dat er een vos aan komt sluipen.
Het kleine reekalfje is nog zo klein, vos kan hem makkelijk pakken.
Daarom helpen we eerst het kalfje voordat we verder gaan zoeken naar Eland.

Met een pijl en boog kan vos weggejaagd worden.
Van takken en touw kunnen de kinderen zelf een boog maken.
Een rechte tak kan als pijl gebruikt worden.
Er wordt een (onscherpe) punt aan geslepen.
Daarna mag er pijl en boog geschoten worden.
Wie kan de pijl het verst wegschieten?
(Of: Wie raakt de boom naast vos, zodat vos schrikt?)
Voor thuis kunnen de takken al vooraf gezocht worden.
Er kan ook gebruik gemaakt worden van een (gekochte) pijl met zuignap.

Spel 4
De opdracht van Lieveheersbeestje

Onderweg komen de kinderen Lieveheersbeestje tegen.
"Als je Eland wilt vinden, moet je goed naar sporen kunnen zoeken," zegt Lieveheersbeestje.

De kinderen krijgen alleen of in tweetallen een setje met foto's en sporen.
Ze moeten proberen om bij ieder spoor de goede foto te vinden.
De foto's met sporen zijn te vinden bij knutselen.

Spel 5
De opdracht van Wild Zwijn

Wild Zwijn kan heel goed horen en ruiken.
Maar niet goed zien.
De bosvrienden moeten heel voorzichtig langs Wild Zwijn en zijn jongen
lopen om ze niet aan het schrikken te maken.

Eén kind gaat met het gezicht tegen een boom (of muur) staan.
De andere kinderen gaan achter een aangegeven lijn staan.
Het kind tegen de boom zegt: "Pas op dat Wild Zwijn niet schrikt!"
Na het zeggen van deze zin draait hij/zij zich snel om.
Tijdens het zeggen van de zin proberen de andere kinderen zo dicht mogelijk
bij het omgedraaide kind te komen. Als dit kind zich omdraait moeten ze stil
staan en proberen niet meer te bewegen.
Ieder kind dat beweegt moet weer terug achter de lijn.
Het kind dat als eerste het kind bij de boom aantikt mag dan voor
"Wild Zwijn" spelen.

Spel 6
De opdracht van de Hazen

De hazen zijn vrolijk aan het spelen. Ze doen haasje over.
“Doe gezellig mee,” roepen ze naar de bosvrienden.
“Misschien helpt het om even te spelen en aan iets anders te
denken.”

De kinderen worden in twee groepen verdeeld.
Er wordt een begin en een eindpunt aangegeven.
Door middel van haasje over springen moet de groep proberen om zo snel mogelijk bij het eindpunt te komen.
Op één kind na gaan alle kinderen van het groepje als "haas" (bok) staan.
Tussen twee kinderen in zitten steeds twee (grote) stappen.
Als het kind over alle hazen heen is gesprongen gaat het zelf als "haas" staan.
De eerste "springt" over de andere en gaat aan het eind weer "haas" staan.
Dit gaat zo door totdat alle kinderen van het groepje over de eindstreep zijn gekomen.
Welk groepje is het snelst aan de overkant?

Hazen spelen haasje over

Spel 7
De opdracht van Vleermuis

Vleermuizen kunnen niet goed zien. Ze vliegen met een soort radar.
Vleermuis wil graag helpen.
Hij vertelt de bosvrienden hoe ze langs het pad moeten lopen in
de richting die Eland is gegaan.

De kinderen worden in tweetallen verdeeld.
Er worden langs een route twee of drie bakjes met snoepjes neergezet.
Bijvoorbeeld: schuimmuizen, kikkers en slangetjes.
Eén kind krijgt een blinddoek om.
Het andere kind geeft aanwijzingen hoe het kind moet lopen langs de route met snoepjes.
Onderweg mag er uit ieder bakje een snoepje gepakt worden.
Wanneer het leiden erg moeilijk gaat mag de leider het geblinddoekte kind aan een hand pakken.
Als alle tweetallen langs de route zijn gegaan wordt er omgeruild tussen de leider en het geblinddoekte kind.

Ideeën voor een speurtocht

  • Loop vooraf de route van de speurtocht en maak foto's van opvallende plekken, splitsingen etc. Laat een persoon de route aanwijzen en maak daar een foto van. Print de foto's, met eventuele aanwijzingen, uit en geef steeds aan op welke plek een opdracht gedaan gaat worden. De benodigde materialen voor de opdrachten kunnen in een rugzak meegenomen worden. (voorbeeld)
  • Loop de route vooraf en hang kaartjes/touwtjes of plaatjes op om de route en de plekken voor de opdrachten aan te geven.
  • Wanneer je weinig tijd hebt voor de voorbereiding kun je ook gewoon met de kinderen een wandeling in het bos maken en ter plekke bekijken waar je een opdracht gaat doen en hoe de route verder gaat.

Cadeauspel

Geef de kinderen (behalve de jarige) een kaartje van een dier.
Laat daarna steeds een dierengeluid (van bosdieren) horen.
De kinderen raden van welk dier het geluid is.
Het kind dat het kaartje van het goede dier heeft mag het cadeautje geven.
Wanneer je (op internet) geen dierengeluiden kunt vinden dan kun je ook zelf dierengeluiden maken.

Andere spelideeën

- Kikkerspringen behendigheidsspel