Logo Biebels Kinderwinkel
Naar onze winkel

1001 Nacht Goochelfeest
Verhaal

Verhaal
Thema-lijn, feestopbouw
Knutselideeën

 

 

 

De Magiërs en de gestolen toverlamp

 

Het is het jaar 762.

Sultan Al-Khem loopt in zijn paleis te ijsberen.
(Dat betekent heen en weer lopen terwijl je nadenkt.)
Zijn vrouw, de mooie Yaïra is door een slang gebeten en ligt nu al dagenlang met hoge koorts in bed.
De Sultan is bang dat ze misschien niet meer beter wordt.

Alle wijzen van het land zijn al in het paleis geweest.
De knapste dokters en de wijste medicijnmannen zijn geweest, maar niemand heeft Yaïra kunnen helpen.

Op een morgen wordt er aan de paleisdeuren geklopt.
Het is de jongste zoon van de koopman Paracelsus.
Hij vraagt of hij alsjeblieft naar de Sultan mag, want hij heeft een belangrijke boodschap.

Verlegen stapt de jongen de werkkamer van de Sultan binnen.
Met een zachte stem begint hij te vertellen:
“Morgenochtend nog voor de zon opkomt moet u naar de Tempel gaan.
Daar vindt u de Magiër Azmarios. Hij laat zich nooit bij daglicht zien.
Hij leeft helemaal alleen ver buiten de muren van de stad.
Ergens in een grot, waar niemand hem kan vinden.
Maar eens per maand komt hij naar de Tempel voor zijn gebed.
Morgen is die dag.

Zijn magische krachten zijn enorm.
Ooit heeft hij mij geholpen toen ik 's nachts verdwaald was en niet wist hoe ik voorbij het slurpende drijfzand moest komen. Vanaf die tijd ontmoet ik hem een keer per maand in de Tempel.
De vorige keer heb ik Azmarios verteld van uw zieke vrouw Yaïra.
En hij heeft mij gezegd dat ik u naar hem toe moet sturen en dat hij u zal helpen.
En daarom ben ik hier.”

De jongen heeft alles in één adem verteld en hij kijkt nu verlegen naar zijn schoenen.
Maar Sultan Al-Khem is reuze blij met het verhaal van de jongen en hij belooft de jongen een grote zak met goud als het waar is wat de jongen zegt en Azmarios zijn vrouw kan genezen.

De volgende ochtend gaat de Sultan al voor zonsopgang naar de Tempel.
Het duurt even voordat hij in het schemerlicht het figuur ziet van een oude man.
Maar de oude man heeft nog scherpe ogen.
Hij ziet de Sultan en wenkt hem om naar hem toe te komen.
De Sultan loopt voorzichtig naar de man toe.
“Bent u Azmarios”, vraagt hij.
“Ja”, zegt de oude man, “ik ben wie u zegt.”

Dan begint de man langzaam te vertellen.
Hij vertelt dat hij al vele jaren in zijn verborgen grot heeft gewoond.
En dat hij daar altijd blij en gelukkig is geweest.
In al die jaren heeft hij een hoop wijsheid verzamelt en is hij een groot Magiër geworden.
Maar nu is hij oud en moe en hij weet dat hij niet lang meer zal leven.
“En daarom, mijn beste Sultan wil ik u mijn grootste geschenk geven.
Het is een oude toverlamp die voor mij al van mijn grootvader is geweest en daarvoor van mijn grootvaders grootvader en daarvoor…….”
De oude man zucht en vertelt dan verder.
“Ik wil graag dat mijn toverlamp in veiligheid wordt gebracht voor als ik er binnenkort niet meer ben.
Bij u, mijn beste Sultan, zal de lamp veilig zijn.
Veilig achter de dikke muren van het paleis.
Veilig ook voor alle duistere Magiërs die de krachten van de lamp zouden kunnen misbruiken.
Slechts eenmaal zal de lamp in uw handen van dienst kunnen zijn.
En dat is om uw vrouw beter te maken.
Daarna wil ik u vragen de lamp veilig achter slot en grendel op te bergen .
En ik wil u vragen om nooit, maar dan ook echt nooit, aan iemand te vertellen over de lamp of over de wonderbaarlijke genezing van uw vrouw.

In uw handen, of de handen van uw kinderen, zal de toverlamp onbruikbaar zijn.
Maar in de handen van een Magiër zal de lamp krachtig en gevaarlijk zijn……”
De oude man haalt een goudkleurige toverlamp onder zijn mantel vandaan en geeft deze aan de Sultan.
Zonder nog één woord te zeggen draait hij zich om en loopt de Tempel uit.

1244 JAAR LATER

 

Nasfir loopt over de vlakte.
Hij kijkt speurend in het rond.
Hij is op zoek naar kruiden voor zijn magische planten verzameling.

Nasfir is een Magiër.
Een kunstenaar die zijn trucs mag laten zien op de feesten van de Sultan in het grote paleis. Maar Nasfir wil meer.
Hij wil graag de machtigste en belangrijkste man worden van de wereld van 1001 nacht.
En daarom zoekt hij in het geheim naar nieuwe trucs. Enge en spannende trucs die de mensen bang zullen maken. En die hem macht zullen geven over de mensen en het liefst over de Sultan.

Nasfir bukt om een plantje goed te bekijken.
En dan ineens ziet hij het.
Vlak voor zijn voeten ligt een grote oude steen.
De steen is begroeid met mos en klimplanten.
Maar naast de steen ziet Nasfir een kleine doorgang.
Het lijkt alsof de steen misschien wel honderden jaren geleden aan de kant is geschoven en nooit meer goed is teruggelegd.
Nieuwsgierig loopt Nasfir naar de doorgang.
Met zijn beide handen duwt hij tegen de grote steen.
Hij schaaft zijn handen aan de ruwe steen, maar het lijkt alsof de steen een beetje beweegt. Nog een keer duwt Nasfir tegen de steen.
En dan schuift de steen haast als vanzelf aan de kant.

Voor hem is nu een grote opening te zien.
Nasfir loopt de opening in.
Hij komt in een donkere gang.
Hij kan maar net staan onder de rotsen.
Een beetje gebogen loopt hij verder.
Ineens staat hij in een grote ruimte.
Er staan allemaal potten gevuld met de meest vreemde voorwerpen.
En er hangt een ketel boven een plek waar ooit een vuur heeft gebrand.

Opgewonden bekijkt Nasfir de grot.
Er staat een bed in de grot en een stoel en een tafel.
Alles ziet er uit alsof iemand heel lang geleden zo maar is weggegaan en eigenlijk nog van plan was om terug te komen, maar dat nooit meer heeft gedaan.

Op de tafel ligt een oud en stoffig boek opengeslagen om zo weer verder in te lezen. Nasfir gaat bij het boek staan.
Er ligt een vergeeld briefje met aantekeningen op de bladzijde.
Er staan allemaal namen op het briefje.
Sommigen met een streep erdoorheen en anderen juist dik onderstreept.
Nasfir probeert de bladzijde in het boek te lezen.
En dan staat daar zomaar voor zijn ogen:

“De toverlamp bezit grote magische krachten, die tot leven gewekt kunnen worden door een begaafd Magiër. Laat deze lamp daarom nooit onbeheerd achter, maar neem hem altijd mee onder uw mantel.
In de handen van een niet-Magiër zal de toverlamp geen kwaad kunnen.
Mocht u toch in de situatie komen dat u de lamp niet meer kunt beschermen, gebruik dan de hierna vermelde spreuk en breng de lamp onder bij een niet-Magiër en vraag hem de lamp veilig op te bergen…….”

Nasfir springt bijna een gat in de lucht van vreugde.
Als hij die lamp kan vinden, dan kan hij eindelijk de machtigste man van de 1001 nacht worden. Hij kijkt nog een keer naar het aantekeningen briefje.
Daar staat heel duidelijk voor zijn ogen, drie keer onderstreept, Sultan Al-Khem!

Nasfir kan bijna niet wachten tot zijn volgende optreden in het paleis.
Dan zal hij beginnen met zoeken naar de toverlamp.
En hij zal niet eerder rusten dan dat hij de lamp in zijn bezit heeft.

 

VANDAAG

Helaas is het Nasfir gelukt om de toverlamp te stelen.
De Sultan is bang om de toverlamp zomaar terug te eisen omdat hij niet weet welke krachten Nasfir al allemaal opgeroepen heeft. Daarom heeft de Sultan een heleboel dappere en vingervlugge Magiërs om zich heen verzameld om hem te helpen.
Met verbluffende trucs en een hoop Magie hoopt hij eerst het vertrouwen van Nasfir te krijgen en zo de toverlamp van Nasfir terug te winnen.

 

Nasfir denkt dat hij een slim en begaafd Magiër is, maar het lukt hem maar niet om de bijzondere toverlamp te laten werken. Steeds bozer en ongeduldiger wordt Nasfir.
Hij moet op zoek naar een goed Magisch boek.
Daarom gaat hij met zijn wagen naar de bibliotheek in de stad.
Onderweg komt hij vier koopmannen tegen.
De koopmannen dragen hun zware waar op de rug en vragen aan Nasfir of ze mee mogen rijden.
“Alleen in ruil voor wat goud,” zegt Nasfir.
Dat is goed zegt één van de koopmannen.
En hij haalt een pakje lucifers uit zijn zak.

( truc 1 )

Nasfir is helemaal verbaasd.
Hij vraagt zich af of de koopmannen hem misschien kunnen helpen.
Maar hij durft de koopmannen nog niet te vertrouwen.
Daarom wil hij ze eerst testen.
En hij zegt: “ach achter in mijn kar heb ik een fles liggen.
In de fles zit een rietje.
Als één van jullie het rietje eruit kan krijgen zonder de fles aan te raken dan zal ik jullie meenemen tot in de stad.”

( truc 2 )

Nasfir vraagt de koopmannen om mee te gaan om iets te drinken.
Natuurlijk willen de koopmannen graag dicht bij de duistere Magiër blijven zodat ze hem goed in de gaten kunnen houden.
Als ze in een bar zitten moet één van de koopmannen meteen naar het toilet.

( truc 3 )

Daarop zegt één van de andere koopmannen op een fluistertoontje tegen Nasfir dat de man op het toilet gedachten kan lezen.
“O”, zegt één van de andere koopmannen, “maar ik kan ook gedachten lezen.”
En hij vraagt aan de barman om een pakje kaarten.

( truc 4 )

Nasfir is onder de indruk.

Hij begint de koopmannen steeds aardiger te vinden. Maar hij blijft voorzichtig.
Daarom geeft hij weer een raadsel op.
“Wie van jullie kan een glas water op de kop houden zonder dat het water eruit valt?” vraagt hij.

( truc 5 )

Als alle glazen leeg zijn zegt Nasfir dat hij wil vertrekken, maar dat hij eerst nog een beetje water wil drinken.
“Wacht”, zegt één van de koopmannen, “ik zorg ervoor dat er weer wat water in je glas komt.”

( truc 6 )

Nu weet Nasfir zeker dat hij echte Magiërs is tegengekomen.
En alleen echte Magiërs kennen het geheim van de toverlamp.
Maar de Magische koopmannen mogen natuurlijk niet weten dat hij Nasfir de toverlamp in zijn bezit heeft.
De koopmannen hebben in de gaten dat Nasfir steeds meer belangstelling voor ze krijgt.
Daarom wil één van de koopmannen Nasfir prikkelen en zegt hij “ken je het verhaal van de geest in de fles?”

( truc 8 )

Nasfir weet niet wat hij ziet.
Nu weet Nasfir het zeker.
Deze Magische koopmannen weten zoveel.
Zij moeten hem gaan helpen in het paleis.
Daarom vraagt hij de koopmannen om met hem mee te gaan naar het volgende feest in het paleis.
Hij vraagt de koopmannen om een paar goede trucs voor de show op het feest voor te bereiden.
Want Nasfir denkt nog steeds dat de Sultan Al-Khem XI van niets weet.
De koopmannen willen graag mee naar het paleis en ze beloven om daar zeker enkele van hun trucs te laten zien.

( truc 9 ) magische thee

( truc 10 ) de verbazingwekkende verwisseling

( truc 12 ) de verschijnende letter

( truc 13 ) de betoverde koker

( truc 15 ) het magische touw

( truc 16 ) de betoverde banaan

( truc 17 ) de verbazingwekkende magiër

Al die tijd hebben de Magische koopmannen Nasfir bestudeerd.
En steeds meer komen ze tot de ontdekking dat Nasfir wel denkt dat hij een groots Magiër is, maar dat hij dat nog lang niet is.
Hij zal nog heel veel moet leren.
En iemand die nog maar zo weinig trucs kent kan de Toverlamp beslist nog niet gebruiken.
Daarom hebben de Magische koopmannen besloten om Nasfir te overbluffen.
Ze weten nu zeker dat Nasfir zich niet kan verdedigen tegen hun fabelachtige “waarheidsdrankje”.
En daarom druppelen ze stiekem wat toverpoeder in de theekop van Nasfir.
Als Nasfir dan straks enorm gaat hoesten bieden ze hem een glas met betoverd water aan en let maar eens op wat er dan in zijn maag gebeurt………………

Nasfir krijgt eigenlijk een waarheidsdrankje.
Je kunt dan niets anders meer dan de waarheid vertellen.
En de betovering verbreekt pas wanneer de ander alles weet wat hij wil weten.
Dus pas op dat jij dit drankje NOOIT drinkt!

( truc 18 )

Als Nasfir het drankje heeft gedronken vertelt hij alles wat de koopmannen maar willen weten. Zo ontdekken de koopmannen waar Nasfir de toverlamp verborgen houdt. Snel halen ze de toverlamp op om hem daarna weer veilig op te bergen achter slot en grendel in het paleis van Sultan Al-Khem XI.

De Sultan is heel blij met alle hulp die hij van jullie heeft gekregen.
En hij bedankt iederen met ....................................!

* een warm en koud buffet
* of met een bijzonder aandenken
* of met een edele handdruk
* of.........